United Nations Mission in Bosnia-Herzegovina (UNMIBH)

1996-2003

UNMIBH
© Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag

In 1991 brak in Joegoslavië een burgeroorlog uit. Na een bloedige strijd, waarbij de partijen niet terugdeinsden voor etnische zuiveringen, kwam in de herfst van 1995 een vredesregeling tot stand. Dit werd bekend als het Dayton-akkoord.

Wederopbouw

Het Dayton-akkoord deelde Bosnië-Herzegovina op in twee entiteiten: de Moslim-Kroatische Federatie en de Servische Republiek. De VN-Veiligheidsraad besloot de deling en het wederopbouwproces te ondersteunen met een missie, de United Nations Mission in Bosnia Herzegovina.

In UNMIBH waren onder meer een politiemissie en een zogeheten Mine Action Centre (MAC) ondergebracht. De missie had de wederopbouw en de handhaving van de openbare orde als doel. Het MAC ruimde mijnen en explosieven. UNMIBH werkte nauw samen met de NAVO (IFOR, SFOR) en civiele VN-missies.

Marechaussees en mijnenruimers

De Koninklijke Marechaussee leverde een aandeel in de politiemissie. De marechaussees monitorden het politieapparaat en justitie. Gelijktijdig deden zij onderzoek naar mensenrechtenschendingen.

De EU nam de politiemissie in januari 2003 van de VN over. De mijnenruimoperatie werd al in 1998 beëindigd. Daaraan leverde Nederland ook een bijdrage.

De krijgsmacht zette instructeurs en zogeheten supervisors in om opleidingen te verzorgen en de werkzaamheden van de zelfstandige Bosnische ruimteams te monitoren. De instructeurs keerden medio 1998 terug. De supervisors volgden in december van dat jaar.

Duur van de missie
5 maart 1996 – 1 januari 2003
Aantal militairen
738
Dodelijke slachtoffers
1
Missiekaart Bosnië Herzegovina